Balletschool Mabel Alter in Dans

 

Prinsesjesgevoel en karate:
Portret van een Balletschool anno 2004

Verschenen in: Dans juni 2004
Tekst: Ruth Naber.
Foto’s: Robert Benschop

In Balletschool Mabel Alter heeft de tutu haar glans nog niet verloren; kinderen, tieners en volwassenen krijgen les in puur en alleen klassiek. Over hoe ballet minder elitair is geworden, over spitzen die de hoofdrol spelen in jongemeisjes-dromen en een ‘Balanchine-oefening’ op een hitsong van de Sugababes. 

De school is gevestigd in een herenhuis, onopvallend temidden van het rijtje huizen aan de Toussaintkade in Den Haag, maar het klassieke uithangbord boven de deur met daarop ‘Mabel Alter ballet’ geeft het huis iets markants. De eerste verdieping herbergt een kleine, rustieke zaal, met op de vloer donker parket in visgraatmotief. Het daglicht valt binnen door een wand die geheel uit ramen van matglas bestaat. 

Op deze dinsdagnamiddag in april is de les van vijf uur, met kinderen die in leeftijd variëren van negen tot vijftien jaar, een kijkles. Speciaal voor de gelegenheid mogen de meisjes rode tutu’s  aan. De enige jongen in de les, Floris, krijgt een cape. Complete opwinding bij het passen. Op de maat van de muziek komen de kinderen in twee rijen, sommigen trots, anderen verlegen, de zaal binnengetrippeld. Ze strijken neer aan de barre. In rap tempo volgend de plié-, tendu- en jeté-oefeningen elkaar op. Mirella kondigt de oefeningen alleen aan, verder doen ze het zelf, dat hebben ze zo geoefend. De oefeningen lijken kleine dansjes. Aan het eind van de les doen de kinderen een improvisatieoefening. Uitgelaten en soms een beetje opgelaten rennen, springen en poseren ze op de muziek.

Opeten

“Laatst leefde er een meisje dat ik nu een paar maanden in de les heb helemaal op tijdens de improvisatieoefening, terwijl ze daarvoor heel stil was. Dan wordt het geen gym, maar echt dansen.” Mirella Simoncini vindt het mooi om te zien hoezeer haar leerlingen soms hun schuchterheid overwinnen tijdens de balletles. Haar moeder Mabel Alter vertelt: “Je kunt het ook aan de leerlingen zien wanneer ze een beweging juist uitvoeren. Ze brengen dan bijvoorbeeld hun arm op een zodanige manier naar voren en opzij dat je het ze uit ziet stralen: ‘Hé, nu voel ik het!’   

Ongeveer anderhalf jaar geleden nam Simoncini de school over van haar moeder, die er nu nog één keer in de week een balletles geeft. “Aan sommige leerlingen zag je gewoon: die gaat proberen om danser te worden.”, zegt Alter. Dat kon gebeuren van de ene op de andere les en dat werd herkenbaar in hun blik en houding. Ze stonden dan in de les en gingen vervolgens ‘opeten’ wat je zei. Omgekeerd kwam ook voor: er waren ook leerlingen bij wie het ineens over was.” In de tweeëndertig jaar dat ze de school leidde, beschouwde ze die momenten, dat ze een talent in huis had als hoogtepunten. ‘Leerlingen die enthousiast en talentvol waren konden een hele klas interessant maken. Ze trekken namelijk de andere kinderen mee en de klassen erom heen. Hoewel het niet zozeer om het talent gaat, maar vooral om het plezier en de motivatie van de leerlingen’.  

Toen ze de school begon, in 1970, was ze al een paar jaar gestopt met dansen bij het Nederlands Dans Theater. Ze verhuisde met haar gezin naar het huis aan de Toussaintkade, dat een klein zaaltje bevatte. Dat maakte dat ze haar verlangen om les te geven kon realiseren. “Ik heb altijd alleen klassiek gedoceerd, want in die dansvorm was ik thuis”, vertelt ze. “Het leek me verstandig om mijn energie en ontwikkeling in die vorm van dans te stoppen, en het niet te versnipperen over modedansvormen”.

Elitewereldje

Maar ook ballet is niet helemaal trendongevoelig. “Toen de serie Fame op televisie was kregen we ineens meer leerlingen. Met de film Billy Elliot net zo.”, zegt Simoncini. Wat haar betreft is dat een positieve ontwikkeling. “Zo’n serie of film brengt ballet ook dichterbij, denk ik. Voor veel mensen die niets van ballet weten kun je alleen maar ballet doen als je heel lenig en dun bent, zelfs als je naar een amateur-dansschool gaat. Voor hen is de drempel hoog: ballet is een elitewereldje. Op het moment dat ze dan een film zien over een jongen die aan het boksen is en dan ineens ballet gaat doen, zien ze dat die pasjes helemaal niet zo eng zijn. Dan komen ze toch eens kijken.” Zelf probeert ze ook die drempel te verlagen. “In een workshop dans op een middelbare school begon ik laatst met het vertellen van de overeenkomsten tussen ballet en karate. Bij karate zijn in de beginpositie de knieën gebogen, omdat je dan stabieler staat. In je plié ben je ook stabiel. Zo probeer ik ballet wat dichterbij te brengen’.

Tae-Bo met passie

“Ik heb niet van de ene op de andere dag de school hoeven overnemen, ik ben erin gegroeid”, vertelt Simoncini. “Als tiener kwam ik wel eens lesjes meetrainen, als ik vakantie had van de Koninklijke Balletschool Antwerpen. Ik weet de eerste keer dat ik voor mijn moeder in moest vallen nog goed. Stukje bij beetje heb ik geleerd: dit is het om les te geven en ik vind het leuk om te doen.”Opvallend is dat na de overname de groep jong volwassen beginners sterk is gegroeid. “Ik vind het fijn om te zien hoe jong volwassenen in mijn les, die een zwaar beroep hebben of een gestresst privé-leven, hun emoties kwijt kunnen in de dans.”, zegt Simoncini. “Dat is dan net het verschil met aerobics, daar gooi je alleen je energie eruit. Met ballet kan je ook je verdriet in een beweging stoppen, of je boosheid of blijheid”. Haar moeder vindt dat het verschil tussen sport en de kunstvorm dans, maar Simoncini vindt het toch link om dat onderscheid zo strikt te maken, want dan maak je die balletdrempel weer hoger. “Ik heb zelf ook met veel plezier Tae-Bo gedaan. Dat heb ik ook met woede en liefde en passie staan doen.”, zegt ze. Toch zijn ze het er uiteindelijk over eens dat er een wezenlijk verschil is tussen dans en sport, al is dat dan moeilijk te verwoorden.

Goed streng

In de dinsdagles van zeven uur zitten meisjes van rond de twintig. Er is een bepaalde vanzelfsprekendheid in de manier waarop ze de oefeningen, die er wederom in snel tempo doorheen gaan, uitvoeren. De meeste dansen dan ook al wat langer. Panchés, pirouettes en snelle changements volgen elkaar op. Tot slot een oefening met Balanchine-bewegingen, waaraan de swingende beats van de Sugababes een eigentijdse flair verlenen.    

 “Mirella is heel relaxed”, vindt Ebertine, een van de meisjes uit de groep, “maar toch is ze ook een beetje streng, goed streng”. “Goed genoeg dat je er wat van leert, want ze wil wél dat je je ontwikkelt.”, vervolgt Nicole. Samen met Ebertine, Judith en Jungun Jang volgde ze na de ‘normale les’ nog een spitzenles. De vier meisjes dansen graag op spitzen. Judith: “Als klein meisje droom je ervan om op spitzen te dansen en nu is het gewoon zo. In het begin ben ik er thuis elke dag op gaan staan. Natuurlijk deed het pijn maar je wilt je niet laten kennen in de les.” “Toch heeft het ook wel wat, die pijn”, vindt Nicole, “Dat je je zo vreselijk voelt en dat het er toch mooi uit ziet”. Overeenkomsten met karate of niet, de redenen die de meisjes voor ballet doen kiezen zijn overwegend romantisch van aard. “Ballet is emotie”, zegt Judith. “Ballet kan ook heel sierlijk zijn.”, vindt Nicole, “Ballet is prinsesjesgevoel.” En daar stemmen de anderen volmondig mee in.      

Het tijdschrift Dans verschijnt 6 keer per jaar en wordt gepubliceerd door het LCA - Landelijke Centrum voor Amateurdans