NRC Next
Donderdag 2 augustus 2007         

Zomerschool

Schrijf een vers op het hout
Maar ballet is ook werken: met starre gezichten en trillende spieren

DOOR ARJAN TERPSTRA
DEN HAAG.
“Iedereen kan leren dansen”, zegt balletdocente Mirella Simoncini, voordat we een les van haar zomerschool klassiek ballet gaan volgen. “Het gaat erom het beste uit mensen te halen. En wat erin zit, haal ik eruit.” Het recept hiervoor? Passie wordt genoemd, en dat is zeker op Simoncini zelf van toepassing. Haar gezicht straalt als zij over ballet en haar school praat. “Ik geloof niet in kinderlessen waarin je zakdoekje gaat leggen. Dat is geen ballet. Ik wil mensen vanaf stap één laten voelen hoe heerlijk het is goed en mooi ballet te dansen. Daarbij geldt voor amateurs hetzelfde als voor professionals: wat je niveau ook is, je krijgt professioneel les.”
Wat dat betekent zien we later in de studio van Balletschool Mabel Alter in Den Haag. In de kleine school studeren deze zomer honderden jonge dansers, voor een deel of het geheel van de zes weken die de zomerschool duurt. Vandaag staan er elf jonge meiden op dofgedanst parket, een hand aan de barre, gezicht naar de spiegel gewend. Pianist Gerard Vogel is in een hoekje opgesteld en Mirella zwerft tussen de studenten door.
 
_____________________________
Leer dansen in de zomer

- De Zomerschool is er in juli en augustus. Meer informatie via de website: www.summerschooldenhaag.nl
- De zomerschool is gespecialiseerd in de klassieke techniek en heeft daarnaast workshops met modern repertoire.

‘Professioneel’ betekent hier met passie en overtuiging en met het onvermijdelijke bloed, zweet en tranen. Simoncini: “Ballet is keihard aanpakken. Het is niet alleen techniek, het is een oefening in discipline. Je moet geestelijk heel hard werken om gecontroleerd een bepaalde houding aan te nemen. Veel studenten komen dan ook naar deze zomerschool om bij te scholen, in vorm te blijven of in niveau te groeien.”
 
“Gerard, adagio alsjeblieft!” De les begint met fijne livemuziek. Simoncini schrijft de eerste stretch-oefeningen voor. De fondu’s, tendu’s en relevé’s worden gemakkelijk opgevolgd; bij deze groep gevorderde amateurs en studenten van dansvakopleidingen zit de grammatica van het klassieke ballet er aardig in. Lastiger wordt het als er met een opgeheven been door het standbeen gezakt moet worden. Dan zie je de gezichten verstarren, dijbeenspieren trillen door de stof van de maillots. Meteen is er hulp van de Simoncini, die de leerlingen met lichte aanrakingen in de juiste vorm boetseert. Een hand wordt iets gelift, een hamstring getoucheerd om de danser op een verkeerde spierspanning te wijzen. Eén leerling wordt van achteren beet gepakt om de romp te sturen. “Ik wil eerst je rug sterk hebben, je been strekken komt wel als je rug goed staat.”

En inderdaad, het nu kaarsrechte torso draagt het been alsof het vanzelfsprekend is dat een been elegant in haakse hoek uit een lijf wijst.
Elegantie; het kernwoord van ballet. De klassieke bewegingspatronen stralen altijd een ingetogen controle uit die de dansers een gracieuze uitstraling geeft. Mooie mensen, denk je onwillekeurig, en dat is ook de bedoeling: in tegenstelling tot veel kunstvormen streeft klassiek ballet zonder gène naar het Schone. En die schoonheid komt in eerste en laatste instantie uit de danser zelf. Simoncini: “Veel mensen durven in het begin niet mooi te zijn, hun schoonheid niet te tonen. Onzin, iedereen is prachtig.”
 
Synchroon dansen is in deze les daarom niet het doel. Belangrijker is te leren de aangeleerde bewegingen te interpreteren en vertalen naar jezelf. Je schopt geen been uit, maar biedt je voet aan, alsof er een fotograaf staat te wachten op het mooiste plaatje. Een voet veegt niet over de vloer, maar schrijft een vers op het hout. Meteen nadat Simoncini een oefening heeft voorgedaan, mag je hem deels weer vergeten. “Ik wil jóu zien, niet mij of de oefening. Dans als jezelf. Vertel me jóuw verhaal!”